Plaagmier in de tuin: zo herken je een superkolonie en zo kom je ervan af
De meeste mieren in de tuin zijn onschuldig. De plaagmier is dat niet. Deze soort vormt superkolonies. Dat zijn kolonies met heel veel koninginnen en soms miljoenen werksters. Ze bestrijken hele straten. Wie hier eenmaal mee zit, merkt dat de normale trucs niet werken. In dit artikel lees je hoe je de plaagmier herkent en welke aanpak wel resultaat geeft.
Wat is de plaagmier?
De plaagmier heet in het Latijn Lasius neglectus. Hij lijkt sterk op onze gewone zwarte wegmier. Hij komt oorspronkelijk uit het gebied rond de Zwarte Zee. Sinds de jaren tachtig duikt hij op in Europese steden. In Nederland is hij op verschillende plekken gevonden, vooral in tuinen, plantsoenen en langs bestrating.
Het grote verschil zit niet in het uiterlijk. Het zit in het gedrag. Gewone mierennesten zijn elkaars concurrent. Ze vechten om voedsel en om ruimte. Bij de plaagmier gebeurt dat niet. De nesten werken samen. Zo groeit een kolonie door tot een aaneengesloten netwerk over meerdere tuinen.
Infographic: plaagmier in het kort
Zo herken je de plaagmier
Op het oog is het lastig. De werkster is 2,5 tot 4 millimeter lang en bruin. Dat past ook bij de zwarte wegmier. Let daarom vooral op deze signalen.
- Er lopen extreem veel mieren. Niet een paadje, maar brede stromen over tegels en muren.
- De overlast houdt het hele seizoen aan en komt elk jaar terug op dezelfde plek.
- De mieren zitten in de tuinen van de buren net zo goed. Het probleem stopt niet bij de erfgrens.
- Je ziet geen gevechten tussen groepen mieren. Bij inheemse soorten zie je die wel.
- Andere mierensoorten zijn uit de tuin verdwenen.
- Je ziet nauwelijks bruidsvluchten met vliegende mieren. De plaagmier verspreidt zich vooral lopend.
Twijfel je? Vang dan een paar mieren in een potje met wat alcohol. Maak een goede macrofoto. Nederlandse kenniscentra voor insecten kunnen op basis daarvan een determinatie doen.
Waarom is de plaagmier zo lastig?
Bij een gewoon mierennest zit er meestal een koningin. Pak je die aan, dan valt het nest uit elkaar. Bij de plaagmier werkt dat niet zo. Een superkolonie heeft heel veel koninginnen tegelijk. Ze zitten verspreid over tientallen nesten. Die nesten wisselen werksters en larven uit.
Er komt nog iets bij. Nieuwe koninginnen vliegen niet weg om ergens anders te beginnen. Ze blijven in de kolonie en gaan daar eieren leggen. De kolonie groeit dus vooral aan de randen. Hij kruipt als een olievlek verder.
De verspreiding over grotere afstand gaat via de mens. Meestal via grond, potplanten of tuinafval dat wordt verplaatst.
Welke schade geeft de plaagmier?
De plaagmier steekt niet en hij brengt geen ziekten over. De overlast zit in de aantallen.
- Mieren komen massaal het huis in, op zoek naar zoetigheid en water.
- Ze nestelen graag in warme, droge ruimtes. Denk aan een meterkast, een tuinverlichtingskastje of een buitenstopcontact. Daar kunnen ze kortsluiting veroorzaken.
- Onder terrastegels graven ze zand weg. Tegels gaan dan wiebelen en verzakken.
- Ze beschermen bladluizen op je planten, omdat ze de zoete honingdauw willen. Daardoor nemen bladluizen toe en worden bladeren plakkerig en zwart van roetdauw.
- Inheemse mieren en andere kleine insecten verdwijnen uit het gebied.
Wat werkt het beste tegen de plaagmier?
Ons advies in het kort: werk met lokaas en houd het lang vol. Spuiten geeft een mooi gevoel voor een dag. De werksters die je raakt zijn een klein deel van de kolonie. De koninginnen zitten veilig onder de grond en leggen gewoon door.
Stap 1. Breng de omvang in kaart
Loop je tuin en de gevel af. Noteer waar je nesten en looproutes ziet. Vraag je buren of zij hetzelfde zien. Zit het probleem in meerdere tuinen, dan heeft een aanpak in je eentje weinig zin.
Stap 2. Neem voedsel en water weg
Ruim kruimels op. Zet zoetigheid en huisdiervoer in afgesloten bakjes. Repareer lekkende kranen. Haal bladluizen van je planten af of spoel ze weg met water. Minder honingdauw betekent minder mieren.
Stap 3. Zet lokaas in
Lokaas werkt anders dan een spuitmiddel. De werksters nemen het mee het nest in en voeren het aan de larven en de koninginnen. Zo kom je wel bij de kern van het probleem.
- De Piron Pushbox mierenlokdoos is kant en klaar. Je hoeft niets te doseren. Handig voor in huis en op het terras.
- De Homegard mierenlokdoos pakt het nest aan via dezelfde route. Ook geschikt voor particulieren.
- Wil je gel gebruiken op een plek waar je geen vlekken wilt? Zet de gel dan in een Knock Pest gel lokaasstation.
- Voor professionals met een licentie is Maxforce Quantum mierengel een goede keuze. De gel blijft lang aantrekkelijk. Breng hem aan met een gelpistool en gebruik MakeSafe Dotz lokaasplaatjes om geen resten achter te laten.
- Wil je liever eerst verjagen op een klein oppervlak? Kijk dan naar Verjaagt mieren vloeibaar. Let op: verjagen lost een superkolonie niet op. Ze verhuizen dan een stukje.
- Wil je mieren uit je fruitboom of struik houden? Gebruik een boomlijmband. Dat scheelt ook bladluizen.
Stap 4. Houd het maanden vol
Dit is de stap die de meeste mensen overslaan. Bij een superkolonie ben je niet in twee weken klaar. Vul lokaasdozen bij zolang ze leeg gaan. Reken op een seizoen. Stop je te vroeg, dan groeit de kolonie gewoon weer aan.
Zet lokaas ook langs de rand van je perceel. Zo pak je de nesten aan die vanuit de buurtuin bijvullen.
Zo voorkom je verdere verspreiding
- Verplaats geen grond, potplanten of tuinafval van een besmette tuin naar elders. Zo lift de kolonie mee.
- Controleer nieuwe planten. Klop de kluit los boven een emmer en kijk of er mieren en witte poppen tussen zitten.
- Dicht kieren bij kozijnen, doorvoeren en buitenstopcontacten. Dat houdt ze uit je huis.
- Vertel het je buren als je een plaagmier vermoedt. Alleen samen krijg je een superkolonie klein.
Veelgestelde vragen
Bijt of steekt de plaagmier?
Hij kan knijpen met zijn kaken, maar dat stelt weinig voor. Hij heeft geen angel. Het probleem is de hoeveelheid, niet het gevaar.
Kan ik het nest gewoon uitgraven?
Nee. Bij een superkolonie zitten er tientallen nesten verspreid over meerdere tuinen. Uitgraven verplaatst het probleem alleen maar. Vaak splitsen de mieren zich dan juist op in meer nesten.
Helpt kokend water?
Dat doodt de mieren die je raakt. De rest van de kolonie blijft over. Bovendien beschadig je plantenwortels en het bodemleven. Voor een gewoon nest tussen tegels kan het soms iets doen. Voor een superkolonie is het zinloos.
Mag ik zomaar een mierenmiddel gebruiken?
Middelen tegen mieren zijn biociden. Je mag alleen middelen gebruiken die in Nederland zijn toegelaten. Op de verpakking staat een toelatingsnummer van het Ctgb. Sommige producten zijn alleen voor professionals met een licentie. Lees altijd het etiket en houd je aan de gebruiksaanwijzing.
Zijn mierenmiddelen veilig voor mijn huisdier?
Gebruik lokaasdozen. Die zijn dicht en huisdieren kunnen niet bij het lokaas. Losse gel of poeder leg je niet op plekken waar je hond of kat komt. Let op: middelen met permethrine zijn giftig voor katten. Kijk daar altijd op het etiket naar.
Moet ik een vondst melden?
Er is voor particulieren geen meldplicht voor de plaagmier. Wel is het nuttig om een waarneming door te geven aan een kenniscentrum voor insecten of via Waarneming.nl. Zo weten we beter waar de soort zit.
Tips en trucs
- Leg lokaas neer waar je de mieren echt ziet lopen. Een doosje in een hoek waar niets gebeurt doet niets.
- Maak de plek niet schoon met een sterk schoonmaakmiddel vlak voordat je lokaas neerzet. De geursporen die je weghaalt heb je juist nodig.
- Werk in het voorjaar en het najaar. Dan is de kolonie het meest op zoek naar suiker en eiwit.
- Wissel af tussen zoet en vet lokaas als je ziet dat de belangstelling afneemt.
- Zet lokaasdozen op tegels of op een plankje, niet in een plas. Nat lokaas wordt genegeerd.
- Houd een simpel logboek bij. Noteer per week hoeveel lokaas op is. Zo zie je of je vooruitgaat.
- Snoei struiken los van je gevel. Mieren gebruiken takken als brug naar je huis.
Oma's tips die niet werken
Iedereen kent wel een huismiddeltje tegen mieren. Ze zijn populair, maar bij de plaagmier werken ze niet of het is nooit bewezen. Vijf voorbeelden.
- Krijtstrepen of een lijn kaneel trekken. Het idee is dat mieren daar niet overheen gaan. In de praktijk lopen ze er gewoon omheen of overheen. Een superkolonie heeft honderden routes.
- Azijn over het pad gieten. Azijn wist tijdelijk het geurspoor uit. De mieren leggen binnen een dag een nieuw spoor aan. Het nest raak je er niet mee.
- Koffiedik bij het nest strooien. Dit wordt al generaties doorverteld. Er is geen onderzoek dat laat zien dat mieren erdoor verdwijnen. Vaak lopen ze er dwars doorheen.
- Een plukje munt of lavendel neerleggen. De geur vervliegt binnen enkele dagen. Bovendien nestelen mieren gewoon een halve meter verderop. Je verplaatst het probleem dus hooguit.
- Bakpoeder met suiker mengen. Het verhaal is dat mieren erdoor knappen. Dat klopt niet. Mieren nemen vooral vloeibaar voedsel op en filteren vaste deeltjes eruit. In tests blijft het effect uit.
Wat wel werkt is saai maar effectief: voedsel wegnemen, lokaas neerzetten en dat maanden volhouden. Begin bijvoorbeeld met de Piron Pushbox of de Homegard mierenlokdoos en houd vol.