Kraaien en eksters in de tuin: zo herken je ze en zo houd je ze op afstand

Kraaien en eksters horen bij de slimste vogels van Nederland. Ze onthouden gezichten, leren van elkaar en laten zich niet snel foppen. Dat maakt ze bijzonder. Maar het maakt ze ook lastig als ze overlast geven. In dit artikel lees je hoe je de soorten herkent, waarom ze je tuin zo leuk vinden en wat echt werkt om ze te weren.

FACTSHEET: KRAAIEN EN EKSTERSDierplagenshop.nl kennisbankHERKENNENZwarte kraai: helemaal zwart, 45 cmKauw: kleiner, grijze nek, lichte ogenRoek: grijze kale snavelbasisEkster: zwart-wit met lange staartdie blauwgroen glanstGEDRAGZeer slim, onthoudt gezichtenEet alles: insecten, eieren, afvalNajaar: jonge vogels in groepenTrekt gazons open op zoek naarengerlingen en emeltenOVERLASTOpengetrokken vuilniszakkenKapotte gazons en pas gezaaid grasLawaai in de vroege ochtendSchade aan fruit en gewassenLeeggeroofde nesten van tuinvogelsAANPAK IN 4 STAPPEN1. Haal voedsel weg en dek afval af2. Pak het gazonprobleem aan3. Zet bewegende verjagers in4. Wissel af en verplaats regelmatigVerjagen mag altijd, doden niet

Welke kraaiachtigen zie je in je tuin?

Nederland telt meerdere kraaiachtigen. Deze vier kom je het vaakst tegen.

  • Zwarte kraai. Helemaal zwart, ongeveer 45 centimeter groot. Meestal alleen of met zijn tweeën.
  • Kauw. Duidelijk kleiner. Grijze nek en opvallend lichte ogen. Vaak in groepen op daken en schoorstenen.
  • Roek. Lijkt op de zwarte kraai, maar heeft een grijze, kale huid rond de snavel. Broedt in kolonies in hoge bomen.
  • Ekster. Niet te missen. Zwart met wit en een lange staart die blauwgroen glanst in de zon.

Waarom zitten ze in jouw tuin?

Kraaien en eksters komen op drie dingen af: eten, eten en eten. Ze zijn alleseters. Insecten, fruit, eieren, jonge vogels, brood en etensresten. Alles gaat erin.

In de nazomer en het najaar zie je vaak groepen jonge kraaien. Die hebben nog geen eigen territorium en zwerven samen rond. Precies in deze tijd trekken kraaien ook gazons open. Ze zoeken dan naar engerlingen en emelten. Dat zijn larven die vlak onder de graszode leven. Zie je omgewoelde plekken in je gras? Dan heb je waarschijnlijk twee problemen tegelijk: de larven en de kraaien.

Eerst even dit: kraaien en eksters zijn beschermd

Alle kraaiachtigen zijn inheemse, beschermde vogels. Weren en verjagen mag altijd. Doden mag niet. Nesten met eieren of jongen verstoren mag ook niet. Voor boeren gelden aparte regels bij schade aan gewassen, maar als particulier houd je het bij verjagen en weren. Gelukkig werkt dat prima als je het slim aanpakt.

Zo houd je kraaien en eksters op afstand

  1. Haal de voedselbron weg. Zet vuilniszakken niet los buiten. Gebruik een container met deksel. Voer geen brood aan eenden of andere vogels in je tuin. Dek de voerbak van huisdieren af.
  2. Pak het gazonprobleem aan. Trekken kraaien je gazon open? Bestrijd dan de larven in de bodem met LARVEX gazonmeststof. Geen larven betekent geen gedekte tafel. Lees ook ons artikel over engerlingen en emelten in het gazon.
  3. Zet een bewegende verjager in. Kraaiachtigen zijn bang voor gevaar dat beweegt. Een gevleugelde kunststof kraai of een hangende zwarte kraai bootst een kraai in nood na. Soortgenoten mijden die plek. Tegen eksters werkt een kunststof ekster op dezelfde manier.
  4. Groot terrein of moestuin? Kies dan voor een roofvogelvlieger op een mast of de Twin set met twee vliegers. Een draaiende Sentinel vogelverschrikker werkt met beweging en lichtflitsen.
  5. Wissel af en verplaats. Dit is de belangrijkste stap. Kraaien zijn slim. Een verjager die weken op dezelfde plek staat, wordt genegeerd. Verplaats hem elke paar dagen. Combineer twee verschillende middelen voor het beste resultaat.

Zitten de vogels vooral op je dakrand of vensterbank? Dan kun je landingsplekken onaantrekkelijk maken met vogelwerende gel cups. Vogels zien de gel als vuur of rook en landen ergens anders.

FAQ: veelgestelde vragen over kraaien en eksters

Mag ik een kraai of ekster doden of vangen?

Nee. Kraaiachtigen zijn beschermde inheemse vogels. Verjagen en weren mag wel. Nesten met eieren of jongen mag je nooit verstoren.

Rooft de ekster alle zangvogels uit mijn tuin weg?

Dat valt mee. Eksters pakken in het voorjaar wel eens een ei of jong, maar onderzoek laat zien dat dit nauwelijks effect heeft op het aantal zangvogels. Zorg voor dichte struiken waar kleine vogels veilig kunnen nestelen.

Waarom trekken kraaien mijn gazon kapot?

Ze zoeken engerlingen en emelten onder de graszode. Bestrijd die larven en het gazon is niet interessant meer. De larven zelf beschadigen je gras trouwens ook.

Helpt een vogelverschrikker tegen kraaien?

Een stilstaande verschrikker werkt maar kort. Kraaien hebben snel door dat er geen gevaar is. Kies een verjager die beweegt en verplaats hem regelmatig. Dan blijft het effect.

Kraaien pikken mijn vuilniszakken open. Wat nu?

Zet zakken pas op de ophaaldag buiten, of gebruik een kliko of container met deksel. Dit is de snelste winst. Zonder voedsel verliezen kraaien de interesse in jouw straat.

Zijn kraaien gevaarlijk voor mensen of huisdieren?

Nee, normaal niet. In de broedtijd kan een kraai een schijnaanval doen als je te dicht bij het nest komt. Loop dan gewoon door. Ze raken je vrijwel nooit aan.

Tips en trucs

  • Hang een verjager op ooghoogte van de vogels, niet verstopt tussen de takken. Hij moet goed zichtbaar zijn.
  • Verplaats nepvogels en vliegers elke twee tot drie dagen. Afwisseling is belangrijker dan het middel zelf.
  • Bescherm pas gezaaid gras met netten of vliesdoek tot het gras is gekiemd.
  • Voer tuinvogels in een gesloten voedersilo in plaats van op een open voedertafel. Kleine vogels kunnen erbij, kraaien niet.
  • Zie je elke dag kraaien op dezelfde dakrand? Maak die landingsplek onaantrekkelijk met gel cups of pinnen.
  • Begin met weren voordat het broedseizoen start. Een kraai die eenmaal een nest heeft, krijg je pas na de zomer weg.

Oma's tips: wat werkt niet?

Tegen kraaien en eksters bestaan veel oude huismiddeltjes. Deze vijf hoor je het vaakst. Eerlijk gezegd: ze werken niet of maar heel even.

  1. Oude cd's ophangen. Het geflikker schrikt de eerste dagen af. Daarna hebben kraaien door dat er niets gebeurt. Blijvend effect is nooit aangetoond.
  2. Een stilstaande nepvogel die nooit wordt verplaatst. Kraaien zijn te slim voor een pop die weken op dezelfde plek staat. Alleen beweging en afwisseling werken.
  3. Potten en pannen, klappen of schreeuwen. De vogels vliegen op en zitten vijf minuten later weer op dezelfde plek. Je verjaagt ze hooguit voor even.
  4. Knoflook, chilipoeder of azijn strooien. Vogels ruiken veel slechter dan mensen denken. Er is geen bewijs dat geurstoffen kraaien weren. Na een regenbui is alles bovendien weggespoeld.
  5. Ultrasone apparaten. Vogels horen ongeveer hetzelfde bereik als mensen. Ultrasoon geluid horen ze dus nauwelijks. Van een werend effect op kraaien is geen bewijs.

Wat werkt dan wel? Voedsel wegnemen, het gazon aanpakken en bewegende verjagers die je regelmatig verplaatst. Precies het stappenplan hierboven.

Dit artikel is gebaseerd op algemene soortkennis over de zwarte kraai (Corvus corone), kauw (Coloeus monedula), roek (Corvus frugilegus) en ekster (Pica pica).

Back to blog