Mollen in de tuin: herkennen, bestrijden en verjagen

Een strak gemaaid gazon en dan ineens: bruine hopen verse aarde die als paddenstoelen uit de grond schieten. Mollen zijn in de zomermaanden volop actief, en juist na een natte periode in juni of juli komen de molshopen vaak in groten getale tevoorschijn. De mol zelf krijgt u bijna nooit te zien – hij leeft ondergronds – maar de schade aan uw gazon, border of weiland is des te zichtbaarder. In dit artikel leest u hoe u een mol herkent, hoe u hem op een effectieve en wettelijk verantwoorde manier aanpakt, en welke producten daarbij helpen.

Goed om vooraf te weten: de mol (Talpa europaea) is in Nederland een beschermde inheemse diersoort onder de Wet natuurbescherming. In de meeste provincies geldt een vrijstelling waardoor bestrijding op eigen terrein is toegestaan, maar de exacte regels en toegestane methoden verschillen per provincie. Controleer daarom altijd eerst de actuele regels van uw eigen provincie voordat u tot bestrijding overgaat.

Herkennen

De mol is een klein, grijszwart zoogdier van ongeveer 12 tot 16 centimeter met een fluwelen vacht, krachtige graafpoten met brede klauwen en een spitse snuit. Ogen en oren zijn nauwelijks zichtbaar; de mol oriënteert zich vooral op tast en reuk. Hij is geen knaagdier en eet ook geen plantenwortels: zijn menu bestaat voornamelijk uit regenwormen, emelten, engerlingen en andere bodeminsecten.

Omdat u het dier zelf zelden ziet, herkent u een mol aan de sporen die hij achterlaat:

  • Molshopen – losse, kegelvormige hopen verse aarde zonder zichtbaar gat in het midden. De aarde is fijn en kruimelig.
  • Gangenstelsel – ondergrondse tunnels op 5 tot 30 centimeter diepte. Soms ziet u oppervlakkige ‘ribbels’ in het gras waar een ondiepe jachtgang loopt.
  • Verse activiteit – een molshoop met donkere, vochtige aarde wijst op een actieve mol. Grijze, ingezakte hopen zijn meestal oud.

Belangrijk om te onderscheiden: een molshoop heeft geen open gat, terwijl woelratten en veldmuizen wel duidelijke openingen achterlaten en juist wél aan wortels en bollen knagen. Ziet u kale, aangevreten planten of open gaten, dan heeft u waarschijnlijk met een ander dier te maken en is een andere aanpak nodig.

Aanpak

Mollen zijn solitaire, sterk territoriale dieren. Op een gemiddelde tuin zit meestal maar één mol, ook al lijkt het door het aantal hopen om een heel leger te gaan. Dat is goed nieuws: één mol gericht wegvangen lost het probleem vaak al op. Werk stap voor stap:

1. Stel vast dat de mol actief is. Strijk een paar molshopen glad of trap een stukje van de gang in. Komt er binnen een dag een verse hoop bij, dan is de mol actief op die plek.

2. Lokaliseer de hoofdgang. De doorgaande hoofdgang ligt meestal dieper en rechter dan de oppervlakkige jachtgangen. U vindt hem vaak tussen twee molshopen in of langs de rand van een border, pad of schutting. Met een dunne stok of zoekstaaf voelt u waar de grond plotseling ‘wegzakt’ – daar loopt de gang.

3. Plaats een mollenklem in de gang. Een goede mollenklem doodt het dier direct en is daarmee de meest diervriendelijke vangmethode: er is geen sprake van langdurig lijden. Graaf de gang voorzichtig open, plaats de klem zó dat de mol er bij het passeren doorheen moet, en dek de opening af met een graszode of plank zodat er geen licht en tocht in de gang komt. Mollen sluiten verstoorde gangen anders simpelweg af.

4. Overweeg verjagen als alternatief. Wilt u de mol liever niet doden, dan kunt u proberen hem te verjagen met geurzakjes of trilapparaten op zonne-energie. Deze methoden zijn diervriendelijk, maar het effect is wisselend en tijdelijk: de mol verplaatst zich vaak slechts naar een ander deel van de tuin of komt terug zodra de prikkel wegvalt. Combineer verjagen daarom met een duidelijke grens (bijvoorbeeld langs uw perceelrand) en realistische verwachtingen.

5. Maak uw gazon minder aantrekkelijk. Mollen graven waar veel voedsel zit. Een gazon vol emelten en engerlingen is een gedekte tafel. Door deze larven onder controle te houden, bijvoorbeeld met aaltjes, neemt de aantrekkingskracht van uw tuin af en blijven mollen vaker weg.

6. Wees geduldig en consequent. Mollenbestrijding is een kwestie van de juiste plek en doorzettingsvermogen. Controleer klemmen dagelijks, verplaats ze als er na enkele dagen niets gebeurt, en blijf nieuwe hopen in de gaten houden – een nieuwe mol kan een leeggekomen territorium weer innemen.

Aanbevolen producten

Bij Dierplagenshop vindt u een compleet assortiment voor mollenbestrijding en -wering. Een selectie die voor de meeste tuinen goed werkt:

  • Farmer Super Mollenklem – een betrouwbare allround klem die zowel in de gang als in de molshoop vangt; ideaal als eerste keus voor de particulier.
  • KC63 Mollenklem – een gebruiksvriendelijke klem met dubbelzijdige inloop, zodat de mol uit beide richtingen wordt gevangen.
  • SuperCat Mol- en Woel-/Veldmuisval – eenvoudig, veilig en in enkele seconden op scherp te zetten; geschikt voor mol, woelmuis en veldmuis.
  • Mollen-weg geurzakjes (50 stuks) – geurzakjes met plantaardige extracten om mollen op een diervriendelijke manier te verdrijven en te weren.
  • Knock Pest Mollenverjager Solar – een trilapparaat op zonne-energie dat mollen en andere ondergrondse woelers diervriendelijk uit het gazon houdt.

Twijfelt u over de juiste keuze of de plaatsing? Bekijk de volledige collectie mollenbestrijding of neem contact op voor advies.

Veelgestelde vragen

Is het in Nederland toegestaan om mollen te bestrijden?
De mol is een beschermde soort, maar in de meeste provincies geldt een vrijstelling voor bestrijding op eigen terrein met toegestane methoden zoals klemmen. De regels verschillen per provincie; controleer daarom altijd de actuele bepalingen van uw eigen provincie voordat u begint.

Hoeveel mollen zitten er meestal in een tuin?
Vaak maar één. Mollen zijn solitair en territoriaal. Het grote aantal molshopen wekt de indruk van meerdere dieren, maar één actieve mol kan in korte tijd tientallen hopen maken.

Eten mollen mijn planten of bollen op?
Nee. Mollen zijn insecteneters en leven van regenwormen, emelten en engerlingen. Wortelschade ontstaat indirect, doordat planten in een opgeworpen gang los komen te staan, of wordt veroorzaakt door woelmuizen die de mollengangen gebruiken.

Waar plaats ik een mollenklem het beste?
In een actieve hoofdgang, niet in de molshoop zelf. De hoofdgang ligt dieper en rechter en verbindt meerdere hopen. Dek de geopende gang na het plaatsen goed af tegen licht en tocht.

Werken geurzakjes en trilapparaten echt?
Ze kunnen mollen tijdelijk verdrijven, maar het effect is wisselend en zelden blijvend. De mol verplaatst zich vaak naar een ander deel van de tuin. Voor een definitieve oplossing zijn klemmen doorgaans betrouwbaarder.

De molshopen blijven terugkomen, wat nu?
Controleer of de mol echt nog actief is en of de klem in de juiste, doorgaande gang staat. Verplaats de klem bij uitblijvend resultaat. Pak daarnaast de voedselbron aan (emelten en engerlingen) om uw tuin op termijn minder aantrekkelijk te maken.

Pro-tip: de meeste mensen plaatsen een klem in de eerste de beste molshoop – en vangen niets. Mollen lopen niet ín hun hopen, maar gebruiken de doorgaande hoofdgang ertussen. Zoek met een staaf de diepere verbindingsgang tussen twee hopen op en plaats uw klem dáár, goed afgedekt tegen licht. Met die ene aanpassing stijgt uw vangkans enorm.

Back to blog